Over de valse vrijheid van eindeloze mogelijkheden en de stille discipline die nodig is om in de zomer vrucht te dragen.

De illusie van de eeuwige dag

Over de valse vrijheid van eindeloze mogelijkheden en de stille discipline die nodig is om in de zomer vrucht te dragen.

Ik val in slaap en word wakker in het licht. Met de naderende zonnewende kom ik in wat voelt als de eeuwige dag, waarin alles lijkt te kunnen maar tegelijk zo goed als alles aan me voorbijgaat. In de zomer begeef ik me in een stroomversnelling, waar het leven zo vol en groots wordt dat het niet meer bij te houden is. Alles lijkt mogelijk, maar in de chaos laat ik niets werkelijk bezinken.

Van mijn leven in Zweden herinner ik mij vooral hoe diepe indruk die eeuwige dagen op mij maakten. In de zomer smolten de dagen samen en veranderde mijn tijdsbeleving. De tijd voelde grenzeloos, maar raasde tegelijk onherroepelijk door in de overvloed van alles wat zich tegelijk aandiende. Ik werd meegesleurd in de chaos, waardoor het gevoel me bekroop dat ik, hoe oneindig de tijd ook leek, nergens meer tijd voor had.

In de donkerte van de winter kan ik doorgaans beter de rust vinden om mijzelf in het moment te verliezen. Dan wordt mijn beleving van de tijd geladen, en opent zich in de verstilling van de nacht een gevoel van eeuwigheid. In wezen is er niet meer of minder tijd, maar doordat ik minder naar buiten word getrokken, ontstaat er ruimte waarin een moment zich kan vereeuwigen. Een moment waarin ik even buiten de tijd kom te staan, en het eeuwige niet langer ervaar als iets van eindeloze duur, maar als een andere vorm van aanwezigheid. De tijd stuwt me niet langer voort, maar ontvouwt zich om mij heen. Dit is de diepe tijd, die mij herordent en inspireert.

In de zomer verlies ik de discipline die deze vorm van aandacht vraagt, en raak ik verstrooid. De overvloedige chaos waarin de zomer mij meesleurt, geeft me de valse illusie dat mijn tijd eindeloos is. Maar lang niet alles is nog mogelijk. Het is allang zichtbaar wat boven alles uittorent, wat is uitgegroeid tot iets wat al het andere in de schaduw zet. Ik kan blijven vasthouden aan de illusie van oneindige mogelijkheden, maar de zomer vraagt mij te aanschouwen wat nu in bloei staat in mijn leven.

Doe ik dat niet, dan eist de overvloed van de zomer haar tol. Iedere dag verleidt ze me door iets nieuws aan te bieden, me uit te nodigen mijn koers te wijzigen en een ander pad in te slaan. Ze geeft me de illusie dat ik met al die energie alles kan verwezenlijken. Maar al snel verlies ik mijzelf in afleidingen en zijpaden, en zie ik mijzelf dingen op poten zetten die geen lichaam hebben.

Oogsten in de chaos

Ik kan blijven rondrennen als een overprikkeld kind dat de rust in zichzelf niet meer kan vinden en begrenzing nodig heeft. Maar ik ben volwassen, en de zomer vraagt mij verantwoordelijkheid te nemen. Ik draag alleen vrucht wanneer ik mij richt op wat kan rijpen. Ik kijk naar mijn leven en zie wat rijpt, en wat niet wil rijpen, en mag mijzelf vervolgens begrenzen.

In onze moestuin halen we de uitschieters en de bloemen weg, zodat de plant zich kan richten op wat werkelijk kans maakt om te rijpen. Zo heb ik ook mijzelf te sturen. De uitschieters die nergens toe leiden mag ik snoeien, zodat mijn aandacht gaat naar de vruchten die groeien.

Daar is altijd teleurstelling mee gemoeid, want op dit moment in de cyclus verlies ik iets van de ongebreidelde vrijheid van het kind dat nog van alles wil. Omdat ik weet dat de tijd voor die vrijheid vanzelf weer komt, kies ik nu voor de eindige tijd, en geef ik mijzelf de kans iets moois te laten ontstaan in de chaos.

Ik nodig je uit om enige afstand van je leven te nemen en te bekijken waar je vrucht draagt. Moge je keuzes de juiste zijn, en wat in je leven groeit tot wasdom komen.

Gepubliceerd op door Sacha Post. Dit essay is onderdeel van de wekelijkse brieven. Ontdek meer essays over zomer in de archieven.