De gebroken wereld en de antwoordmachine

Waarom menselijkheid niet begint bij het antwoord van AI, maar bij een levende relatie tot wat we niet weten.

De laatste tijd heb ik regelmatig het gevoel alsof de wereld haar innerlijke samenhang aan het verliezen is. Met de komst van AI krijgen we steeds meer grip op wat we weten, maar tegelijk lijkt het alsof we verleren hoe we in het leven zelf aanwezig kunnen zijn. Het valt me op dat ik het de laatste tijd minder goed verdraag wanneer een vraag te lang onopgelost blijft. Zodra iets schuurt in mijn leven word ik sneller ongeduldig, wetende dat er een onmiddellijk antwoord binnen handbereik ligt. De winst die we met AI behalen is duidelijk, maar tegelijk voelt het alsof van binnen iets aan het breken is.

Een kleine honderd jaar geleden sprak de filosoof Gabriel Marcel al over de gebroken wereld. Begin jaren dertig werkte hij deze diagnose uit in Le monde cassé, een toneelstuk waarin hij liet zien hoe menselijke relaties hun samenhang verliezen in een wereld die steeds sterker wordt bepaald door abstracte idealen en functionele eisen. Marcel verzette zich tegen een wereldbeeld waarin alles wat mysterieus en onherleidbaar is, wordt behandeld als een probleem dat opgelost moet worden. Hij pleitte ervoor ruimte te bewaren voor grote, onoplosbare mysteries, omdat hij ervan was overtuigd dat we juist in de aanwezigheid van het onbekende ontdekken wat ons tot mens maakt.

Marcel schreef over de verschraling van onze menselijkheid die optreedt wanneer we ieder ongemak zien als een probleem. Doorgevoerd tot een extreme vorm van utilitarisme kan dit wereldbeeld ontmenselijking en extreem geweld rechtvaardigen. Waar het individuele leven verdwijnt achter functie of nut, wordt ook handelen denkbaar dat zich niet langer voor de inherente waarde van het leven hoeft te verantwoorden.

De verleiding van het antwoord

Marcels waarschuwing is nog steeds relevant, want op steeds meer vlakken kruipt een oplossingsgerichte mentaliteit ons denken in. Sociale media pretenderen een oplossing te bieden voor onze primaire behoefte aan menselijke verbinding. En met de opkomst van AI wordt de verleiding steeds groter om ons cognitief vermogen volledig uit te besteden. Wat weerhoudt ons er nog van om al onze grote levensvragen voor te leggen aan een AI? Want nu de modellen steeds slimmer worden, wordt een plausibel antwoord krijgen met de dag eenvoudiger.

Door te leven met grote vragen wordt een fundamentele menselijke onzekerheid zichtbaar. Er zijn immers wezenlijke vragen over onze oorsprong waarop we geen antwoord kunnen krijgen. Marcel beschrijft dit als vragen waarin je zelf intiem betrokken bent, waar je jezelf niet uit kunt onttrekken door de vraag te objectiveren. Dit zijn mysteries die je insluiten, en volgens Marcel verlies je een fundamenteel deel van je menszijn wanneer je het mysterie behandelt als een probleem dat opgelost dient te worden.

Ik ken de verleiding om gelijk te grijpen naar een antwoord als ik zelf ergens niet uitkom. Ook al heb ik duidelijke afspraken met mijzelf over hoe ik AI in mijn leven gebruik, de verleiding blijft groot om meer uit te besteden dan me lief is. In het gezinsleven heb ik weinig tijd over voor werk dat diepe concentratie vereist. Creatieve processen zoals schrijven zijn zeer tijdrovend wanneer ik ze op eigen kracht doe, en dit maakt de verleiding groot om te kiezen voor de makkelijke weg.

Hoe vaker ik onbewust naar AI grijp, hoe meer het van mij wegneemt. Ik verlies de vreugde om op eigen kracht een onverwachte verbinding te leggen tussen twee onsamenhangende zaken. Ik verlies de voldoening om iets moois te maken, na lang te hebben geworsteld met middelmatige voorlopers. Maar het grootste, wezenlijke verlies blijft het mijzelf ontnemen van het onbekende.

De huidige vorm waarin AI tot ons komt is bijna altijd die van het antwoord. Zelfs waar het model onzeker of onvolledig is, dringt het zich op als iets dat voor ieder tekort een oplossing heeft. Daar huist het grote gevaar voor onze menselijkheid. Het onbekende zal nooit verdwijnen, maar ons vermogen om het nog als een mysterie te ontmoeten wel.

Het rusten in het donker, in de grote vragen zelf, geeft het leven een onmiskenbare glans. De moed om in het onbekende te blijven maakt ons weerbaar. We vergroten daarmee onze capaciteit om met onzekerheid om te gaan, en staan daardoor steviger in het leven zoals het nu is: chaotisch, onvoltooid en imperfect.

Want vroeg of laat, hoe sterk we ook zijn, zal ons leven uit elkaar vallen. Daar waar we de controle verliezen staan we oog in oog met het onbekende. In zulke kwetsbare momenten zijn we sneller geneigd uit te reiken naar iets buiten onszelf, dat ons kan vasthouden en troosten wanneer niets in de wereld dat nog kan. Maar of we nu in iets buiten onszelf geloven of niet, het bestaan van een God die betekenis geeft aan ons lijden blijft fundamenteel onzeker. Daar waar het leven ons uit de handen glipt, staan we machteloos voor een ondoorgrondelijk mysterie.

Waar de mens begint

Een intieme relatie met het onbekende maakt ons volgens Gabriel Marcel tot mens. Waar de machine overal een antwoord op heeft, kunnen wij deelnemen aan het onbekende, in plaats van er enkel woorden aan te geven. Onze participatie geeft ons toegang tot een staat van zijn die niet rust op het hebben van antwoorden, maar op de intieme betrokkenheid bij het zijn zelf, voorbij wat we denken, voelen of doen. Deze staat is geen hogere vorm van bewustzijn waarin we een andere wereld binnengaan, maar een manier van aanwezig zijn in de werkelijkheid zoals die is. En daar opent zich een verhouding tot wat ons overstijgt: een directe relatie met het onbekende zelf.

Marcel laat vervolgens zien hoe onze capaciteit om deel te nemen aan het onbekende tot uiting komt in hoop, liefde en trouw. Hij spreekt hier niet over gevoelens die wij zelf oproepen zodat we kunnen omgaan met de moeilijkheden in ons leven. Hoop, liefde en trouw zijn voor hem de fundamentele sleutels die toegang geven tot het mysterie.

Ons menszijn wordt niet enkel gedefinieerd door onze intelligentie of creativiteit, maar door de capaciteit om een hoopvolle, liefdevolle en trouwe relatie aan te gaan met het mysterie. Daarmee zetten we onszelf op het spel, want door onszelf te openen voor een relatie kunnen we erdoor veranderd, geraakt of volledig opgeëist worden. Wanneer we niet langer tegenover de werkelijkheid blijven staan als een waarnemer of gebruiker, maar intiem betrokken raken, bewegen we ons van wat Marcel het hebben noemt naar een verhouding van zijn. Het leven krijgt dus pas zijn werkelijke betekenis wanneer wijzelf in het geding komen.

Marcels ontologische structuren van hoop, liefde en trouw kunnen op geen enkele manier gesimuleerd of geautomatiseerd worden. Een machine kan misschien de taal van hoop, liefde en trouw benaderen, maar niet de wederkerigheid, kwetsbaarheid en aanwezigheid waarin zij bestaan. Deze structuren zijn in wezen relationeel, gesitueerd in de tijd en in de persoon die de relatie aangaat.

Volgens Marcel heeft hoop alleen deze relationele structuur wanneer datgene waarop zij gericht is werkelijk is en buiten onszelf bestaat. Hoop kan niet in onszelf gegrond zijn; zij vraagt om een relatie tot een God die ons werkelijk overstijgt. Anders komt ze niet verder dan optimisme, waarin we de controle houden over datgene waarin we geloven. De tech-optimist vertelt ons dat ‘alles beter zal worden’, terwijl we met Marcels hoop juist die zekerheid durven weggeven.

Dit inzicht was voor Marcel een belangrijke reden om bewust te kiezen voor een persoonlijke relatie met een liefdevolle God buiten hem. Hoewel het bestaan van die God fundamenteel onzeker blijft, opende die keuze voor hem een nieuwe verhouding tot een werkelijkheid die hij niet kon maken, bezitten of beheersen. Hoop vertelde hem niet dat alles goed zou komen, maar dat hij zich kon toevertrouwen aan iets wat niet in zijn handen lag.

Uit hoop vloeit liefde voort. Liefde is de grondtoon van het bestaan, een manier van zijn die voortvloeit uit relatie. Daarmee is liefde niet iets wat we kunnen bezitten. Marcel noemt dit disponibilité: de beschikbaarheid om onszelf te openen voor de relatie met het mysterie. Liefde is iets wat zich van nature ontvouwt wanneer we onszelf niet op afstand houden. Zij bestaat alleen waar we erkennen dat we beschikbaar willen zijn. We openen ons voor de relatie tot de ander in een vorm van aanwezigheid waarin de ander als ander kan bestaan.

Trouw is vervolgens datgene wat ons bewaart in de relatie. Het is de levende bevestiging waarmee we zeggen dat wat tussen ons werkelijk is, ook werkelijk blijft. Ook wanneer de relatie even niet meer te voelen is. Trouw is daarmee een manier om niet terug te vallen in een berekenende, functionele blik op de werkelijkheid. Het is de weigering om de relatie te reduceren tot een voorbijgaande ervaring die we kunnen bezitten.

Tegelijk wil dat niet zeggen dat Marcels definitie van trouw een dogmatisch vastklampen is aan een verleden keuze. De trouw waar hij over spreekt is een voortdurend beschikbaar blijven voor de relatie, een volharden in de relatie zonder haar tot een gegeven te maken. Daarmee kan trouw niet geautomatiseerd, gedelegeerd of geoptimaliseerd worden. Het is geen formele afspraak, maar vraagt om de telkens opnieuw gemaakte keuze om in relatie te blijven, hoe nutteloos of zinloos het soms ook lijkt.

Met de opkomst van het verlichtingsdenken, inmiddels ruim driehonderd jaar geleden, zijn we onze kennis en ons rationele vermogen steeds belangrijker gaan vinden. Het is op zijn minst licht ironisch te noemen dat we een nieuwe vorm van intelligentie hebben gecreëerd die juist dit vermogen op steeds meer terreinen benadert of zelfs overtreft. Met de komst van steeds krachtigere modellen kunnen we een belangrijk deel van onze zingeving verliezen. Hoewel Marcel schreef in een andere tijd, opent hij een andere verhouding tot deze naderende zingevingscrisis. Juist onze relatie tot wat we niet weten kan betekenis geven aan ons menszijn. We zijn in staat onszelf te geven, en daarmee onszelf te verliezen. En daarmee overstijgen we, tot dusver althans, iedere capaciteit van AI.

Gepubliceerd op door Sacha Post. Dit essay is onderdeel van de alle lange essays over natuur, verwondering en seizoensgebonden leven.. Ontdek meer essays in de archieven.