Deze maand bracht mijn werk een groep mensen met een migratieverleden samen in het bos. Veel van hen hadden nog nooit buiten geslapen. We kwamen samen rond één vraag: hoe kom je thuis in je spiritualiteit, waar je ook bent, en waar je ook vandaan komt?
Ik zocht naar een universele vorm die voor iedereen toegankelijk was en werkte in het weekend met drie stadia van spirituele bedding: het lichaam, het hart en de geest. Samen brengen ze ons in verbinding met het transcendente, iets wat onszelf overstijgt, en waar we ons leven aan kunnen toevertrouwen. Dat kan God zijn, maar ook een humanistisch vertrouwen in de goedheid van de mens, of in een grotere liefde die alles behelst.
We verankeren ons lichaam wanneer we aanwezig zijn in onszelf, in plaats van het lichaam enkel te gebruiken als instrument voor ons denken. Het lichaam is de kern waaruit al het andere stroomt, het enige wat we met onze directe waarneming kunnen vaststellen. En daarmee beïnvloedt het al het andere: ons gevoelsleven, ons denken, maar ook onze relatie tot de wereld.
Voor mij is aanwezig blijven in mijn lichaam lastig door de dag heen vol te houden. Ik ben van nature een denker en een dromer, en kan daarbij mijn lichaam vergeten. Toch weet ik uit ervaring dat ik zonder fysieke aanwezigheid geen spirituele bedding ervaar.
De meesten van ons weten wel hoe terug te komen in het lijf, maar doen het niet. Het vraagt niet meer dan bewust te bewegen, te ademen en te voelen, niets anders dan even stoppen om de aandacht naar binnen te keren.
Bewust ademen is daarin een krachtige manier om de aandacht naar beneden te trekken, van de geest naar het hart. Door naar het hart te ademen kunnen we kortstondig loskomen van de tijd. Het is een toegangspoort naar het oneindige, waar het transcendente tot ons kan spreken.
Vanuit een verankerde aanwezigheid in het hart de wereld ingaan is uitdagend. We schikken ons snel naar de ander omdat we op zoek zijn naar liefde, en verliezen daarin onze verankering. Tijdens het weekend oefenden we met de ander ontmoeten terwijl we aanwezig bleven in onszelf, met een open hart. Deze oefening is ontwapenend en kwetsbaar tegelijk, want je laat jezelf zien zoals je bent, zonder reserve.
Leven in het hart
Het heeft geen zin te werken aan de juiste oriëntatie van de geest, zonder het lichaam en het hart mee te nemen. Onszelf direct wenden tot de geest leidt allicht tot een intellectueel begrip van het transcendente, maar het is geen levende ervaring. Juist daarom geloof ik in de kracht van gebed. Gebed brengt ons in stille aanwezigheid, waarin we onszelf kwetsbaar durven tonen.
Tijdens het weekend oefenden we met gebed door de natuur in te gaan. De opdracht was de wereld liefhebben met onvoorwaardelijke aanwezigheid. Veel mensen kwamen vervuld terug. De juiste oriëntatie zorgde voor een kortstondige ontmoeting met iets groters, ongeacht waar ze vandaan kwamen of waarin ze geloofden.
Als je dit zelf wil proberen, kan het helpen om je geest te richten op zuivere ervaring van de werkelijkheid. Je neemt je wereld waar zonder haar te duiden of te identificeren. Alles laat je ongefilterd binnenkomen, onbevangen en aandachtig luisterend. Hiermee maak je jezelf ontvankelijk voor het eeuwige en de kracht die vervult met een grotere liefde.
Te midden van de lente nodig ik je uit momenten te nemen om jezelf in je lichaam te verankeren, het hart te openen, en innig te luisteren. Wanneer je jezelf geeft vanuit de juiste oriëntatie, raak je vervuld met een liefde waaruit je kunt leven.
Gepubliceerd op door Sacha Post. Dit essay is onderdeel van de wekelijkse brieven. Ontdek meer essays in de archieven.